Historisch kassencomplex te Beetsterzwaag
 
 
 
 
 
 

DE HONINGBIJ EN DE MENS

De honingbij en de mens
Honingbijen worden al ruim 2500 jaar gehouden door de mens. De Egyptenaren waren de eersten die bijen hielden, zij bouwden bijenkorven van klei. Ze begrepen al dat de bijen bloemen nodig hadden voor de productie van honing. De bijenvolken werden waarschijnlijk per schip over de Nijl vervoerd

Nut van de bij
De honingbij is een over de gehele wereld voorkomend insect. Er zijn veel soorten honingbijen: ook tegenwoordig verschilt de soort die bijvoorbeeld in Egypte voorkomt, van die van de in Nederland gehouden bijen. Over het algemeen zijn de bijen uit het Midden-Oosten lichter van kleur, zijn ze veel feller en steken dus ook sneller. Hun zwermlust is enorm terwijl de opbrengst per volk vrij gering is. In de westerse landen heeft de bijenteelt door de eeuwen heen een grote perfectie bereikt: de bijen die in Europa door imkers worden gehouden zijn veel tammer, ze steken minder snel en maken grote volken. De opbrengst in Nederland bedraagt ongeveer 30 kilo honing per volk per jaar. In landen met een beter klimaat en een goede bijenteelt (bijvoorbeeld AustraliŽ) brengen volken wel 200 tot 300 kg per jaar op. Vooral ook de productie van bijenwas heeft vanaf de tijd van Karel de Grote in Europa bijgedragen aan de ontwikkeling van de bijenteelt. Vooral in de kloosters werd het imkervak uitgeoefend: de was werd voor het maken van kaarsen gebruikt.

Bestuiving
Een honingbij tast een bloem af met de antennes.
Bijen produceren honing en was, dat is echter niet hun belangrijkste rol. Zij bestuiven de bloemen van alle planten die zij bezoeken. Daarom zien we vaak bij fruittelers bijenkasten. Doordat de bloemen bestoven worden, zullen er meer en betere vruchten aan de bomen groeien. Het bijzondere van de honingbij is dat zij plantvast is. Dat wil zeggen een bij vliegt altijd maar op ťťn soort plant, pas als de bloemen van die plant geen nectar meer geven zoekt zij een andere plant. Op deze wijze ontstaat altijd een bestuiving met het stuifmeel van dezelfde soort plant.
Tijdens de vlucht blijft het stuifmeel tussen de haren zitten. De achterpoten, met de stuifmeelkorfjes, laat de bij, tijdens het vliegen, losjes omlaag hangen.

Honing
Suiker wordt tegenwoordig op grote schaal geproduceerd uit suikerriet en suikerbieten maar in vroeger tijden was honing de enige bron van suiker van betekenis. De honingbij is hierdoor sinds duizenden jaren een geliefd insect om de honing. Bijen maken de honing van de nectar die zij verzamelen op de bloemen. Planten produceren suikerhoudende plantensappen waaronder nectar, die wordt gevormd in de honingklieren van de bloem. De bij verzamelt de nectar in haar honingblaas, daarin worden bepaalde stoffen toegevoegd en begint het omzettingsproces. Als de bij in haar nest komt, wordt de nectar in de cellen van de raat gedeponeerd en vervolgens door andere bijen verder bewerkt. De bijen zorgen ervoor dat de nectar indikt en onder invloed van de enzymen uit de honingblaas ontstaat zo de honing.

Als het suikergehalte van de honing hoog genoeg is (>80 %), zal de honing niet meer bederven en worden de cellen door de werksters afgesloten met een wasdekseltje. Om het teveel aan vocht uit de honing te krijgen zullen de bijen vaak gaan waaieren aan de vliegspleet om de vochtige lucht weg te krijgen. Zo is de honing bijna onbeperkt houdbaar en beschikbaar op momenten dat de bijen hem nodig hebben, dat is dan vooral in de winter of als er weinig dracht is. De smaak en de geur van honing worden bepaald door de aromatische stoffen in de planten. Er zijn verschillende soorten, zoals heidehoning, lindehoning, koolzaadhoning, enzovoort.

Bijenwas
Was is naast honing een belangrijk product van de imkerij. Bijenwas is een vettige stof die door honingbijen wordt geproduceerd en waaruit zij de wanden maken van de cellen die zich in het nest in de raten bevinden en waarin honing en stuifmeel worden opgeslagen en jong bijenbroed wordt opgekweekt.

12 tot 18 dagen oude werkbijen maken de was met behulp van wasklieren, die aan weerszijden van het achterlijf, tussen het 3e en 6e buiksegment zitten. Elke wasspiegel heeft ongeveer 20.000 waskliertjes. De net uitgescheiden was is wit, maar wordt later geel gekleurd door de uit het stuifmeel opgenomen olie dat caroteen bevat.

In de moderne imkerij kunnen de raten enkele malen worden hergebruikt, maar oude raten vervuilen, zijn een mogelijke ziektebron en worden door de bijen minder graag gebruikt. Deze oude was wordt gesmolten en gereinigd en is dan als blok beschikbaar voor andere toepassingen.
Vroeger, toen nog met korven geÔmkerd werd, betekende de honingoogst ook de vernietiging van het nest. De raten konden niet worden hergebruikt en zodoende had de imker meer was over.


terug