Historisch kassencomplex te Beetsterzwaag
 
 
 
 
 
 
 
 

VOORTPLANTING

Voortplanting

Paring

De voortplanting van de bijen begint met het uitkomen van een nieuwe koningin (moer) uit de verticale cellen (moerdoppen). In de namiddag vliegen de jonge moeren uit en begeven zich naar een plaats waar de darren zich verzameld hebben. De darren achtervolgen de moer en alleen de snelsten kunnen met haar paren, dit gebeurt tijdens de vlucht. Dit wordt de bruidsvlucht genoemd. Omdat de moeren een voorkeur hebben voor darren die tot een andere kolonie behoren wordt het nageslacht voorzien van nieuwe genen.

De paring van de honingbij gaat snel en duurt hooguit enkele seconden. Zodra een dar de moer bevrucht heeft sterft hij. Bij het afgeven van de spermacellen scheurt namelijk zijn achterlijf open wat fataal is voor een dar. De moer paart met zo veel mogelijk darren waarbij ze genoeg spermacellen verzamelt voor de rest van haar leven. Ze heeft ruimte voor ongeveer 5 miljoen zaadcellen in haar achterlijf, maar kan tot 80 miljoen zaadcellen ontvangen tijdens de bruidsvlucht. De moer paart met 10 tot 20 darren. Als de bevruchte moer terugkeert, blijft zij verder in het nest en ongeveer twee tot drie dagen later begint zij met het leggen van de eitjes. De moer kan in het hoogseizoen tot 2000 eitjes per dag leggen, wat ongeveer het dubbele van haar eigen gewicht is, zodat het volk snel uitgroeit tot een gemeenschap van 40.000 tot 80.000 werksters.

Darrenslacht
De dar haalt zelf geen voedsel maar wordt gevoerd door de werksters. In de nazomer, wanneer er minder stuifmeel is, voeren de werksters de darren niet meer. Hierdoor verzwakken de darren en dan jagen de werksters hen het nest uit. De darren sterven dan door honger of door koude. Slechts in uitzonderlijke gevallen, wanneer darren niet vrijwillig het nest verlaten, worden ze doodgestoken. Dit jaarlijkse opruimen van de mannetjes wordt wel de darrenslacht genoemd.

Ei
Het ei van de honingbij is langwerpig van vorm en wit van kleur, het ei wordt ongeveer twee millimeter lang. De eieren worden normaal gesproken altijd afgezet door de moer . Als de moer onverwacht sterft kunnen ook de werksters vruchtbaar worden maar dit komt hoogst zelden voor. Het bijzondere aan de eieren van de moer is dat ze zowel bevruchte als onbevruchte eieren kan afzetten. Voordat een ei in een cel wordt gedeponeerd onderzoekt de moer de afmetingen van de cel met haar voorpoten. Als het een grotere (darren)cel betreft wordt het ei afgezet zonder dat er zaadcellen wordt toegevoegd en is het ei onbevrucht. Er kan dan alleen een mannetje uit kruipen. Als het een kleinere (werkster)cel betreft wordt wel een zaadcel toegelaten en wordt het ei bevrucht.

Het ei van de honingbij heeft een kleine, deukachtige structuur een één zijde waardoor de zaadcel naar binnen is gekomen. De moer legt eitjes in de cellen van de raat. Na drie dagen kruipt een larfje uit het eitje. Dit larfje wordt gevoerd door de werksters en na zes dagen verpopt het zich: dan wordt de cel door de werksters met een dekseltje van was afgesloten. In de gesloten cel vindt de gedaanteverwisseling plaats. Eenentwintig dagen na het leggen van het eitje knaagt de jonge bij het wasdekseltje stuk en kruipt uit de cel. Het larfje is nu uitgegroeid tot een werksterbij.

Larve
De larve van een honingbij is wormachtig en pootloos, de larve ziet er uit als een dikke vliegenmade en is wit tot geel van kleur. De larve heeft een gekromd, C- vormig lichaam dat duidelijk is gesegmenteerd.

Het larvestadium van de honingbij wordt volledig aan het oog onttrokken doordat het zich afspeelt in de bijenraat. De larven hebben een luizenleven, ze krijgen zoveel voedsel als ze willen en krijgen voortdurend aandacht van de werksters en worden zwaar bewaakt. Er zijn maar enkele vijanden die erin slagen de larven aan te tasten zonder door de werksters te worden doodgestoken.

Pop
Het popstadium is net als het ei-stadium inactief waarbij het insect zich niet kan bewegen of voeden. Om het lichaam te beschermen wordt eerst een cocon gesponnen door de larve, hierbij worden klieren bij de kop gebruikt om spinsel te produceren. Binnen in de pop vindt de metamorfose plaats, in het geval van de honingbij is dit een volledige gedaanteverwisseling waarbij het vloeibare lichaam van de larve wordt omgebouwd tot het volwassen insect of imago dat juist een grotendeels verhard lichaam heeft. Het popstadium duurt ongeveer tien dagen in het geval van een werkster, voor een moer ongeveer zeven dagen.
Het popstadium wordt normaal gesproken aan het oog onttrokken doordat het zich in een afgesloten cel voltrekt. Een pas verpopte honingbij is wit van kleur, na een paar dagen kleuren de ogen van rood naar purper en ook worden het borststuk en het achterlijf geel van kleur. Later kleuren de antennes en poten donker en de pop is dan aan het einde van zijn ontwikkeling.

Imago
Als de pop is uitgekomen blijft de volwassen bij nog een dag in de cel om uit te harden. Tenslotte wordt de cel open geknaagd en verlaten, de bij kan direct vliegen. De volwassen honingbij is echter nog niet volledig ontwikkeld; zo zijn de geslachtsorganen nog niet rijp. Een moer kan pas na gemiddeld vier dagen paren, bij een dar duurt dit met gemiddeld dertien dagen veel langer. De eerste tijd blijft de honingbij in de buurt van het nest en verzorgt de kolonie om later zelf naar voedsel te zoeken.

Zwermen
De oude moer vliegt met ongeveer de helft van het volk uit nadat de eerste koninginnencellen gesloten worden, namelijk tussen 1 en 7 dagen voor de geboorte van de jonge koninginnen, en zoekt een nieuwe woning. Deze jaarlijkse volksverhuizing wordt wel zwermen genoemd. De eerste bijenzwerm bevat meestal 10.000 tot 20.000 bijen. De bijen hebben zich van tevoren helemaal volgezogen met honing en kunnen hierdoor niet gemakkelijk steken. Een bijenzwerm is hierdoor dan ook erg passief. In het gehalveerde volk komen nu binnen enkele dagen nog verschillende koninginnen uit en telkens verlaat de oudste, met de helft van het resterende volk, de kast om een nieuwe woning te zoeken. Op deze manier splitst het volk zich op in 3 à 6 volken. De volken beginnen in hun nieuwe woning direct met het bouwen van raten. De nieuwe moeren maken na ongeveer 3 à 15 dagen hun bruidsvlucht.


terug