Historisch kassencomplex te Beetsterzwaag
 
 
 
 

SAMENSTELLING VAN HET VOLK

Samenstelling van het volk
Het bijenvolk is een sterke leefgemeenschap, de voortplanting is niet gericht op een enkele bij maar op het gehele bijenvolk. De kolonie groeit in het voorjaar als veel planten in bloei staan en er grote hoeveelheden voedsel in de vorm van nectar en stuifmeel beschikbaar zijn.

Werksterbijen
(60.000 tot 80.000 per volk)

Tegenwoordig weten we dat de honingbij één van de honderden soorten insecten is die in sociale kolonies leeft en waar de vrouwtjes feitelijk de dienst uitmaken. Aan de basis van iedere kolonie staat een koningin of moer die de grote hoeveelheden eitjes afzet, hieruit kruipen voornamelijk de vrouwelijke werksterbijen die de kolonie uitbouwen, voedsel halen en de larven verzorgen.

De werksters zijn niet onvruchtbaar maar hun vruchtbaarheid wordt onderdrukt door bepaalde feromonen die de moer uitscheidt. Als de moer onverhoeds sterft, kunnen de werksters vruchtbaar worden en eitjes ontwikkelen. Maar dit gebeurt maar heel zelden. Eenmaal per jaar vindt de voortplanting plaats, de voortplantingscyclus van de honingbij is zeer complex.

Darren
(aanwezig april t/m juli)

De vrouwelijke werkbijen maken grotere cellen in de raat en in deze cellen zet de moer onbevruchte eieren af. Uit deze onbevruchte eieren komen na 24 dagen de mannelijke bijen, de darren, die na ongeveer een week geslachtsrijp zijn.

De koningin
(moer: 1 per volk)
Als er eenmaal darren zijn, gaan de werksters langs de randen van de raten een aantal grote verticale cellen maken die moerdoppen worden genoemd. De moer legt hier een normaal bevrucht eitje in. Als na drie dagen de larve uit het ei kruipt, krijgt dit larfje bijzonder voedsel dat wordt geproduceerd in de kopklieren van de werksters. Dit voedsel wordt wel koninginnenbrij of koninginnengelei genoemd. Het eiwitrijke voedsel wordt door de werksters met behulp van nectar, stuifmeel en de voedersapklier in hun kop geproduceerd. Deze uitverkoren larven groeien heel snel en verpoppen na zes dagen. Dertien dagen nadat de larve uit het ei is gekomen wordt de nieuwe moer geboren.

Ook als er onverwachts iets met de koningin gebeurt kan het volk een nieuwe koningin maken uit een larf van een bevrucht eitje in een gewone cel. Die cel wordt dan snel achteraf aangepast om op een moerdop te lijken en heet een redcel.

Net voor haar geboorte waarschuwt de nieuwe moer, door middel van bepaalde piepgeluiden, het zogenoemde tuten en kwaken, dat zij in aantocht is. De oude moer vliegt met ongeveer de helft van het volk uit nadat de eerste koninginnencellen gesloten worden, namelijk tussen 1 en 7 dagen voor de geboorte van de jonge koninginnen, en zoekt een nieuwe woning.


terug